Speciale apparatuur

Jammers (stoorzenders)

De verleiding kan in bepaalde omstandigheden groot zijn om over een toestelletje te beschikken waarmee men storende gsm-gesprekken zou kunnen stilleggen. Dit zou het geval kunnen zijn als men een rustige treinreis wenst zonder te moeten meeluisteren naar de telefoonverhalen van medereizigers, of men wenst geen belgerinkel tijdens een belangrijke vergadering, een toneelvoorstelling, een kerkplechtigheid, in de moskee, ..., geen ge-sms tijdens de les, ….

Ook in andere gevallen lijkt het gebruik van een “jammer” een oplossing om communicatie tussen “binnen” en “buiten” te verhinderen. Scholen zouden bij voorbeeld kunnen opteren om de wifi-communicatie uit te schakelen tijdens de examens.

De discussies binnen de Europese Commissie betreffende de legaliteit van het “jammen” hebben duidelijk gemaakt dat de lidstaten het storen van ​radiocommunicatie niet toestaan noch dit wensen toe te staan. Het gebruik van jammers is en blijft bijgevolg verboden.

De specialisten van de Europese Gemeenschap zijn in samenspraak met de vertegenwoordigers van de lidstaten tot het besluit gekomen dat het niet mogelijk is “jammers” (stoorzenders) te fabriceren die voldoen aan de R&TTE- of de EMC-richtlijn. Dergelijke apparaten kunnen dus niet legaal in de handel gebracht worden in de Gemeenschap voor gebruik onder deze richtlijnen.

De Belgische wet betreffende de elektronische communicatie bepaalt expliciet (art 33, §1 2°) dat het verboden is radioapparatuur te houden, te commercialiseren, in te voeren, in eigendom te hebben of te gebruiken die schadelijke storingen veroorzaakt. De Belgische wet voorziet evenwel in een uitzondering op het gebruik van “jammers” die besteld, opgesteld en gebruikt worden door de krijgsmacht op haar oefendomeinen of door het bestuur van de penitentiaire instellingen.

Besluit: het bezit en gebruik van allerhande jammers (stoorzenders) is verboden.

Gsm- en UMTS-repeaters

Zowel particulieren als bedrijven nemen soms hun toevlucht tot het installeren van toestellen om de ontvangst van het gsm- of UMTS-signaal te versterken (gsm- of UMTS-repeaters genoemd), bijvoorbeeld in zones waar de mobiele dekking als niet goed genoeg ervaren wordt. Deze toestellen zijn in de handel en op het internet beschikbaar wat kan doen uitschijnen dat het gebruik ervan vrij is en niet-gereglementeerd. Nochtans kunnen enkel de mobiele operatoren zelf dergelijke repeaters storingsvrij plaatsen. De vergunning die de gsm- of UMTS-operatoren verkregen, wijst immers de frequenties op een exclusieve manier aan hen toe.

Repeaters “herhalen” de gsm- of UMTS-frequentie(s): ze zenden het ontvangen signaal na versterking opnieuw uit. Voor het gebruik van deze frequenties hebben de mobiele operatoren een vergunning verkregen, die een aantal strenge voorwaarden bevat, onder andere op het gebied van dekking. Deze vergunning wijst de gsm- of UMTS-operatoren op een exclusieve manier frequenties toe. Mobiele operatoren zijn de enige die dergelijke repeaters mogen installeren. Op die manier kunnen ze deze toestellen oordeelkundig inplannen in hun netwerk en zorgen voor een storingsvrije werking. Zij monitoren de werking van deze toestellen en grijpen zelf in indien er zich toch problemen zouden voordoen.

Het document “Alles wat u altijd hebt willen weten over GSM- en UMTS-repeaters maar nooit durfde te vragen,” geeft verdere toelichting.

Besluit: Het op eigen initiatief installeren en gebruiken van gsm- en UMTS-repeaters is verboden tenzij het expliciet toegestaan wordt door de betrokken operator.

Snelheidsradardetectoren

Een snelheidsradardetector, ook wel radarverklikker genoemd, is een apparaat om (vaste of mobiele) radars te detecteren die door de politie worden gebruikt voor snelheidscontroles. Het toestel waarschuwt via een flikkerend lichtje of een pieptoon wanneer men in de nabijheid van een snelheidsradar (met meestal een daaraan gekoppelde fotocamera) komt.

Een snelheidsradardetector is een ontvanger van radiosignalen en valt dus onder de reglementering betreffende radioapparatuur. Er bestaan dergelijke toestellen die conform deze reglementering zijn.

Toch is het gebruik van dergelijke toestellen in België (en in veel andere landen) zonder meer verboden. Dit verbod volgt uit artikel 1, §6, van de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals de veiligheidstoebehoren moeten voldoen. De paragraaf luidt als volgt:

Onverminderd de bepalingen van de wet van 30 juli 1979 op de radioberichtgeving zijn verboden de vervaardiging, de invoer, het bezit, het te koop aanbieden, de verkoop en de gratis bedeling van elke uitrusting of elk ander middel dat tot doel heeft de vaststelling van overtredingen van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 en van de reglementen betreffende de politie op het wegverkeer, te verhinderen of te bemoeilijken, of de toestellen bedoeld in artikel 62 van dezelfde wet op te sporen. Reclame voor deze uitrustingen, alsook het aanbieden van hulp of het verstrekken van advies om deze te monteren, zijn eveneens verboden.

Bij het aantreffen van dergelijke toestellen in een wagen riskeert men niet alleen de inbeslagname van het toestel maar de inbeslagname van het voertuig.

Systemen die werken op basis van de GPS-locatie van flitspalen of van andere snelheidsradars zijn in België wel toegelaten. In bepaalde landen is het gebruik van dergelijke systemen eveneens verboden.

Besluit: het gebruik, het bezit, het verhandelen en zelfs het reclame maken voor snelheidsradardetectoren is verboden.