Krachtens de artikelen 8 en volgende van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector wordt bij de federale overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie een Raadgevend Comité voor de postdiensten opgericht.
De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels voor de werking en de samenstelling van het Raadgevend Comité voor de postdiensten. De Koning kan in de vertegenwoordiging van de gemeenschappen en gewesten voorzien.
De leden van het Raadgevend Comité worden benoemd door de minister.
Het Raadgevend Comité voor de postdiensten is bevoegd om aanbevelingen aan de minister of aan het Instituut te geven over elke aangelegenheid die betrekking heeft op de postsector. De Post verbindt er zich toe het Gebruikershandvest geregeld bij te werken en te publiceren op basis van wijzigingen van het dienstenaanbod, waarbij gesteund wordt op de waarderingselementen van het Raadgevend Comité.
Het Raadgevend Comité voor de postdiensten publiceert een jaarverslag over zijn activiteiten, dat verzonden wordt aan de Kamer van volksvertegenwoordigers en waarin eveneens aanbevelingen worden gegeven in verband met het BIPT.
De aanbevelingen van het Raadgevend Comité voor de postdiensten worden collegiaal goedgekeurd. De afwijkende meningen worden toegevoegd.
Alle aanbevelingen van het Raadgevend Comité voor de postdiensten worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
De werkingskosten van het Raadgevend Comité voor de postdiensten komen ten laste van het Instituut.
Het Instituut verzorgt het secretariaat van het Raadgevend Comité voor de postdiensten.