De postmarkt
Op 1 januari 2011 vond een belangrijke gebeurtenis plaats op de postmarkt. Verscheidene segmenten van de postmarkt werden de voorbije jaren geleidelijk aan opengesteld, maar op 1 januari 2011 werd het laatste stuk postmonopolie (brievenpost onder 50 gram) opgeheven.
Dit houdt in dat nu ook naast de niet universele postdiensten, de totaliteit van de universele postdienst door elke postoperator die aan de wettelijke verplichtingen voldoet mag aangeboden worden.
Wat is de "universele postdienst"?
De universele postdienst omvat de volgende verrichtingen:
• het ophalen, het sorteren, het vervoer en de distributie van postzendingen tot 2 kg;
• het ophalen, het sorteren, het vervoer en de distributie van postpakketten tot 10 kg;
• de distributie van de postpakketten ontvangen vanuit andere Lidstaten tot 20 kg;
• de diensten in verband met aangetekende zendingen en zendingen met aangegeven waarde.
De universele postdienst omvat zowel de nationale als de grensoverschrijdende diensten.
Voor de postzendingen van minder dan 2 kg, wordt een verduidelijking toegevoegd door de wet waarbij een onderscheid wordt gemaakt naargelang de inhoud van de zending:
Een postzending is: “een geadresseerde zending in de definitieve vorm die een aanbieder van postdiensten verzorgt.”
“Brievenpost” is: “een op enigerlei fysieke drager aangebrachte schriftelijke mededeling die wordt vervoerd en besteld op het door de afzender op de zending zelf of op de omslag daarvan vermelde adres. Boeken, catalogi, kranten en tijdschriften worden niet als brievenpost aangemerkt.”
Enkel wie een gewone brievenpostdienst wil leveren moet hiervoor bij het BIPT een vergunning aanvragen.
Meer informatie hierover vindt u in de rubriek “Regulering”.
Vóór de vrijmaking van de postmarkt werd de markt gesegmenteerd volgens het gewicht van de zendingen en het niveau van toegevoegde waarde. Voortaan mogen ook andere operatoren dan bpost gewone brievenpost met een gewicht van minder dan 50 gram aanbieden.
bpost blijft evenwel door de Staat belast met de totaliteit van de universele postdienst tot 31 december 2018 en is in die hoedanigheid aan een aantal verplichtingen onderworpen op vlak van toegankelijkheid van de dienst, distributie, tarifering, boekhoudkundige rapportering enzovoort.
1. De nationale postmarkt
Bij de aanvang van de 21e eeuw wordt de postmarkt geconfronteerd met onvermijdelijke ontwikkelingen. Enerzijds daalt het postvolume -de zogenoemde "sociale" post en de administratieve post nemen af -, anderzijds, zijn er sedert het liberaliseringsproces van de postdiensten een groeiend aantal spelers op de markt. Stap voor stap nemen de nieuwe informatiekanalen de plaats in van de traditionele brievenpost. Naast e-mail en sms-berichten neemt het internet een steeds belangrijkere plaats van de communicatie in.
In België beschikten in 2009 67% van de huishoudens over een internetaansluiting, terwijl ongeveer 77 % van de Belgen tussen 16 en 24 jaar aangaven geregeld het internet te gebruiken. Bij de 16-74-jarigen maakten 56 % van de Belgen dagelijks gebruik van internet, tegenover het EU-gemiddelde van 48 %. Ook e-shopping is in België aan een opmars bezig: in 2009 kocht 36 % van de 16-74-jarigen een goed of dienst via het internet.
De elektronische media winnen niet alleen terrein bij particulieren. Ook de bedrijven gebruiken elektronische middelen om met hun klanten te communiceren. De nieuwe professionele toepassingen kunnen in essentie in twee categorieën worden ingedeeld:
• marketing en onlinereclame: de internetreclame is aan een gestage opmars bezig, het resultaat van 2009 ligt 2,78 keer hoger dan het resultaat van 2006 (46,5 miljoen euro).;
• elektronische facturering: Op 1 januari 2010 werden de strenge technische vereisten afgeschaft om rechtsgeldig elektronisch te factureren. Er hoeft niet langer gewerkt te worden met certificaten of elektronische handtekeningen, een e- mail met de factuur in bijlage kan volstaan.
De nieuwe tendensen in de professionele communicatie zijn verontrustend voor het Belgische bpost, dat momenteel nog 90 % van zijn omzet te danken heeft aan de ondernemingen.
2. Het Europees postbeleid
De nationale posterijen zijn zeker de grootste en oudste overheidsdiensten. De postsystemen van de overheid zijn vanaf de 17e eeuw ontwikkeld door de Franse en Engelse vorsten. De Engelse posthervorming voerde in de 19e eeuw eenvormige en betaalbare posttarieven in. Postkantoren vormen sedertdien een essentieel element in het sociale leven van de Europese landen.
In de jaren 80 heeft de snelle evolutie van de informatietechnologieën en van het transport de eenvoud van de postale processen aangetast. De eerste "time sensitive" producten zagen het licht met de eerste ondernemingen voor snelpostdiensten per vliegtuig. Men zag de eerste "remailing"-markten verschijnen, waarbij sommige ondernemingen er de voorkeur aan gaven om hun post rechtstreeks in het land van bestemming te laten afdrukken. Plots werden de zogenoemde “traditionele” posterijen geconfronteerd met concurrentie voor het transport van grensoverschrijdende post.
Als antwoord op die veranderingen bij de traditionele post heeft de Europese Commissie een ruime studie aangevat over de diensten van de postsector. Daaruit resulteerde in 1992 een "Groenboek voor postdiensten”. In dat document werd een definitie van de minimale postdienst, de liberalisering van grensoverschrijdende post en direct mail, alsook de oprichting van een onafhankelijke postale regulator in elke lidstaat voorgesteld. De regulator zou worden belast met het opleggen van kwaliteitsnormen voor de universele dienst. Al die voorstellen pasten in het kader van de eenheidsmarkt.
In december 1997 werd Richtlijn 97/67 aangenomen. De doelstellingen van die richtlijn zijn de verbetering van de dienstkwaliteit en de bevordering van de interne markt van de postdiensten. Behalve de verplichtingen tot omzetting (die België heeft nagekomen met het koninklijk besluit van 9 juni 1999, dat de wet van 21 maart 1991 aanpast) legde de richtlijn ook criteria op inzake definiëring van “voorbehouden diensten”, toegang tot het postnetwerk, tariefprincipes, en tenslotte een harmonisatie van de technische normen.
De universeledienstverleners (de zogenoemde “traditionele” posterijen) hebben onmiddellijk na de omzetting van de richtlijn een systeem ontwikkeld dat REIMS wordt genoemd ("Remuneration of Exchange of International Mail System") voor de financiële vergoeding (eindrechten) en de controle van de grensoverschrijdende post.
In juni 2002 hebben de Raad en het Parlement de richtlijn van 1997 gewijzigd. Sinds 2006 is het voorbehouden gebied beperkt tot 50 g en 2,5 keer de prijs van een basisbrief, dit met het oog op een volledige liberalisering in 2009.
Op 27 februari 2008 werd de Richtlijn 2008/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot wijziging van Richtlijn 97/67/EG wat betreft de volledige voltooiing van de interne markt voor postdiensten in de Gemeenschap gepubliceerd.
Deze richtlijn legt een de einddatum vast voor de volledige openstelling van de markt van de postdiensten op 31 december 2010 waarbij sommige lidstaten de mogelijkheid krijgen om de integrale openstelling van de markt maximaal twee jaar uit te stellen
Hoewel het vrijmakingsproces reeds jaren geleden werd ingezet, blijven tot op heden de universeledienstoperatoren de grootste verstrekkers van de brievenpostdienst. De 5 grootste operatoren (Deutsche post, het Franse La Poste, Poste Italiane, Royal mail en TNT) stonden in 2009 in voor meer dan 85% van de totale inkomsten.
De evolutie van de postmarkt wordt door de Europese Commissie op de voet gevolgd aan de hand van diverse sectorstudies. In 2010 werd de studie “Main developments in the postal sector (2008-2010)” van Copenhagen Economics door de Europese Commissie gepubliceerd (http://ec.europa.eu/internal_market/post/doc/studies/2010-main-developments_en.pdf).
De studie is vergezeld van een overzicht dat per land de tendensen op de nationale postmarkt weergeeft.
3. De marktsituatie
3.1 De postsector op internationaal niveau – De economische omstandigheden
De tendensen op de wereldmarkt
Ondanks de elektronische substitutie zijn de volumes van geadresseerde post tussen 2004 en 2006 toegenomen in Europa.
Na deze periode van twee jaar waren de gemiddelde volumestijgingen groter in de twaalf landen die zijn toegetreden tot de EU in 2004 en 2007 (+6,5%) dan in de andere landen van de EG (+ 1,5%), wat het verband tussen de economische activiteit en de postvolumes weerspiegelt.
Men stelt vast dat de consumenten de papieren kranten en tijdschriften nog niet massaal inruilen voor lectuur op elektronische dragers.
Internetreclame is in volle groei, maar de traditionele adverteerders hebben een goede complementariteit gevonden tussen "direct mail" en het internet.
De grote trends op het vlak van de elektronische substitutie zijn merkbaar voor de volgende producten:
• briefwisseling van het type "Business to Consumer" en "Business to Business";
• facturen, rekeninguittreksels;
• afdruk van onlinecatalogi;
• gerichte direct marketing;
• afdruk van allerlei documenten.
Daar staat tegenover dat de postdiensten kunnen profiteren van de kansen die de nieuwe elektronische producten bieden.
De postdiensten (ophaling, transport en distributie van briefwisseling, kantoren voor detailverkoop) kunnen immers worden gebruikt voor een uitgebreid assortiment diensten met toegevoegde waarde. Een modern postsysteem kan bijdragen tot een aanbod van logistieke oplossingen voor de integratie van de gegevensstromen, de materiële stromen en de financiële stromen. De postbedrijven kunnen ook implementatie- en distributiediensten voor de elektronische handel aanbieden, naast diensten als beleggings- en stortingscentra voor ondernemingen en particulieren.
Zelfs "cyberspace" houdt een materiële dimensie in. Het is daar dat de vraag naar betrouwbare postdiensten heel groot is en zal blijven. Niettemin moet worden vastgesteld dat het aantal zendingen die aan de postsector worden toevertrouwd, wereldwijd bestendig afneemt.
De segmentering van de Belgische postmarkt
De postdiensten worden als volgt gedefinieerd: de diensten met betrekking tot geadresseerde zendingen, die uit één van de volgende verrichtingen of uit een combinatie ervan bestaan:
• de lichting,
• het sorteren,
• het vervoer,
• de distributie.
De ontwikkelingen op de Belgische postmarkt in de periode 2008-2010 worden beschreven in het landenrapport bij de studie van Copenhagen Economics van november 2010 in opdracht van de Europese Commissie.
(http://ec.europa.eu/internal_market/post/doc/studies/2010-main-developments-country_en.pdf)
De markt van de pakjes en snelpostzendingen
De grens tussen de pakjesmarkt en de markt van de snelpost vervaagt. Privé-operatoren zijn erg actief op de markt van de pakjes en snelpost. De grote universeledienstoperatoren zijn aanwezig buiten hun thuismarkt.
De markten van de pakjes en de snelpostzendingen kennen een dynamische ontwikkeling. De concurrentie wordt heviger en tussen de vernieuwingen zien we nieuwe netwerken voor de ophaling van pakjes en voor distributie of de automatische afhaling door de ontvangende klanten.
Het verschil tussen de markt van de pakjes en de markt van de snelpostzendingen vervaagtDe operatoren breiden hun productgamma op de groeiende B2C-markten en de internationale diensten uit. De “grijze zone” tussen de snelpostzendingen en de basispostpakketten neemt toe De traditionele pakjes worden steeds vaker “snelpostzendingen” terwijl de klanten, die hun kosten willen drukken, meer belang willen hechten aan het vooraf bepaalde distributiekader dan aan de transitsnelheid.