RSS
NEWSLETTER
 

1. De nationale markt


Bij de aanvang van de 21e eeuw wordt De Post geconfronteerd met twee onvermijdelijke ontwikkelingen die raken aan de kern van haar activiteiten en invloed hebben op de toekomstperspectieven. Enerzijds krimpt de « klassieke » markt en anderzijds daalt het postvolume. De zogenoemde "sociale" post en de administratieve post nemen af.
Sedert de liberalisering van de postdiensten zijn er een groeiend aantal spelers op de markt.
Stap voor stap nemen de nieuwe informatiekanalen de plaats in van de traditionele brievenpost. Naast e-mail en sms-berichten neemt het internet een steeds belangrijker plaats in de communicatie in. In België beschikken immers 2,36 miljoen gezinnen over een internetaansluiting, terwijl ongeveer 4,2 miljoen Belgen geregeld het internet gebruiken.
De elektronische media winnen niet alleen terrein bij particulieren. Ook de bedrijven hebben zich de elektronische middelen eigen gemaakt om met hun klanten te communiceren. De nieuwe professionele toepassingen kunnen in essentie in twee categorieën worden ingedeeld: marketing en onlinereclame enerzijds, en anderzijds elektronische facturering.
De nieuwe tendensen in de professionele communicatie zijn verontrustend voor het Belgische De Post, dat momenteel nog 90 % van zijn omzet te danken heeft aan de ondernemingen.


2. Het postbeleid op Europees niveau


De nationale posterijen zijn zeker de grootste en oudste overheidsdiensten. De postsystemen van de overheid zijn vanaf de 17e eeuw ontwikkeld door de Franse en Engelse vorsten; de Engelse posthervorming voerde in de 19e eeuw eenvormige en betaalbare posttarieven in. Postkantoren vormen sedertdien een essentieel element in het sociale leven van de Europese landen.

In de jaren 80 heeft de snelle evolutie van de informatietechnologieën en van het transport de eenvoud van de postale processen aangetast. De eerste "time sensitive" producten zagen het licht met de eerste ondernemingen voor snelpostdiensten per vliegtuig. Men zag de eerste "remailing"-markten verschijnen, waarbij sommige ondernemingen er de voorkeur aan gaven om hun post rechtstreeks in het land van bestemming te laten afdrukken. Plots werden de zogenoemde “traditionele” posterijen geconfronteerd met concurrentie voor het transport van grensoverschrijdende post.

Als antwoord op die veranderingen bij de traditionele post heeft de Europese Commissie een ruime studie aangevat over de diensten van de postsector. Daaruit resulteerde de "Postal Green Paper", die werd aangenomen in juni 1992. In dat document werd een definitie voorgesteld van de minimale postdienst, de liberalisering van de grensoverschrijdende post en van direct mail, alsook de oprichting van een onafhankelijke postale regulator in elke lidstaat. Die zou worden belast met het opleggen van kwaliteitsnormen voor de universele dienst. Al die voorstellen pasten in het kader van de eenheidsmarkt.

In december 1997 heeft de Europese Commissie Richtlijn 97/67 aangenomen. De doelstellingen van die richtlijn zijn de verbetering van de dienstkwaliteit en de bevordering van de interne markt van de postdiensten. Behalve de verplichtingen tot omzetting (die België heeft nagekomen met het koninklijk besluit van 9 juni 1999, dat de wet van 31 maart 1991 aanpast) legde de richtlijn ook criteria op inzake definiëring van “voorbehouden diensten”, toegang tot het postnetwerk, tariefprincipes, en ten slotte een harmonisatie van de technische normen.

De universeledienstverleners (de zogenoemde “traditionele” posterijen) hebben direct na de richtlijn een systeem ontwikkeld dat REIMS wordt genoemd ("Remuneration of Exchange of International Mail System") voor de financiële vergoeding (eindrechten) en de controle van de grensoverschrijdende post.

In juni 2002 hebben de Raad en het Parlement de richtlijn van 1997 gewijzigd. Sinds 2006 is het voorbehouden gebied beperkt tot 50 g en 2,5 keer de prijs van een basisbrief, dit met het oog op een volledige liberalisering in 2009.

Op 27 februari 2008: publicatie van de Richtlijn 2008/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot wijziging van Richtlijn 97/67/EG wat betreft de volledige voltooiing van de interne markt voor postdiensten in de Gemeenschap.

Deze richtlijn legt een einddatum vast voor de volledige openstelling van de markt van de postdiensten en eist dat het laatste voorbehouden gebied wordt geschrapt ten laatste op 31 december 2010 waarbij sommige lidstaten de mogelijkheid krijgen om de integrale openstelling van de markt maximaal twee jaar uit te stellen


3. De marktsituatie


3.1 De postsector op internationaal niveau – De economische omstandigheden


De tendensen op de wereldmarkt


Ondanks de elektronische substitutie zijn de volumes van geadresseerde post tussen 2004 en 2006 toegenomen in Europa.
Na deze periode van twee jaar waren de gemiddelde volumestijgingen groter in de twaalf landen die zijn toegetreden tot de EG in 2004 en 2007 (+6,5%) dan in de andere landen van de EG (+ 1,5%), wat het verband tussen de economische activiteit en de postvolumes weerspiegelt.

De verzending van publicaties vormt eveneens een belangrijke bron van inkomsten voor De Post. Men stelt vast dat de consumenten de papieren kranten en tijdschriften niet inruilen voor lectuur op elektronische dragers.

Internetreclame is in volle groei, maar de traditionele adverteerders hebben een goede complementariteit gevonden tussen "direct mail" en het internet.
De grote trends op het vlak van de elektronische substitutie zijn merkbaar voor de volgende producten:

• briefwisseling van het type "Business to Consumer" en "Business to Business";
• facturen, rekeninguittreksels;
• afdruk van onlinecatalogi;
• gerichte direct marketing;
• afdruk van allerlei documenten.

Daar staat tegenover dat de postdiensten kunnen profiteren van de kansen die de nieuwe elektronische producten bieden.

De postdiensten (ophaling, transport en distributie van briefwisseling, kantoren voor detailverkoop) kunnen immers worden gebruikt voor een uitgebreid assortiment diensten met toegevoegde waarde. Een modern postsysteem kan bijdragen tot een aanbod van logistieke oplossingen voor de integratie van de gegevensstromen, de materiële stromen en de financiële stromen. De postbedrijven kunnen ook implementatie- en distributiediensten voor de elektronische handel aanbieden, naast diensten als beleggings- en stortingscentra voor ondernemingen en particulieren.


Ten slotte is men nog maar net begonnen met de verkenning en evaluatie van het aanbieden van publieke terminals voor internettoegang in de postkantoren voor de detailverkoop.


Zelfs "cyberspace" houdt een materiële dimensie in. Het is daar dat de vraag naar betrouwbare postdiensten heel groot is en zal blijven. Niettemin moet worden vastgesteld dat het aantal zendingen die aan de postsector worden toevertrouwd, wereldwijd bestendig afneemt. 



De segmentering van de Belgische postmarkt

De postmarkt is als volgt gesegmenteerd:



Bron: BIPT

 

De postdiensten worden als volgt gedefinieerd: de diensten met betrekking tot geadresseerde zendingen, die uit één van de volgende verrichtingen of uit een combinatie ervan bestaan:


• de lichting,
• het sorteren,
• het vervoer,
• de distributie.


De diensten die uitsluitend voorbehouden zijn aan De Post zijn:


• het ophalen, het sorteren, het vervoer en de distributie van binnenlandse brievenpost, al dan niet per spoedbestelling met een prijs van minder dan 2,5 maal het openbaar tarief van brievenpost van de laagste gewichtsklasse van de snelste standaardcategorie, voor zover het gewicht lager is dan 50 gram;
NB: “brievenpost” is een op enigerlei fysieke drager aangebrachte schriftelijke mededeling die wordt vervoerd en besteld op het door de afzender op de zending zelf of op de omslag daarvan vermelde adres.
• inkomende grensoverschrijdende post en direct mail, binnen dezelfde prijs- en gewichtsgrenzen.
De universele postdienst omvat de volgende verrichtingen:
• het ophalen, het sorteren, het vervoer en de distributie van postzendingen tot 2 kg;
• het ophalen, het sorteren, het vervoer en de distributie van postpakketten tot 10 kg;
• de distributie van de postpakketten ontvangen vanuit andere lidstaten tot 20 kg;
• de diensten in verband met aangetekende zendingen en zendingen met aangegeven waarde.


De universeledienstoperatoren blijven de grootste verstrekkers van de brievenpostdienst. De zes grootste postoperatoren - Deutsche Post (DPAG), La Poste (Frankrijk), Royal Mail, TPG (Nederlandse post), Poste Italiane, Posten AB (Zweden) – nemen 75% in van de Europese markt. Het aandeel van de concurrenten van de traditionele posterijen bedraagt minder dan 5%.


 De markt van de pakjes en snelpostzendingen


De grens tussen de pakjesmarkt en de markt van de snelpost is vaag. De privéoperatoren zijn erg actief op de markt van de pakjes en snelpost. De grote universeledienstoperatoren zijn aanwezig buiten hun thuismarkt.

De markten van de pakjes en de snelpostzendingen kennen een dynamische ontwikkeling. De concurrentie wordt heviger en tussen de vernieuwingen zien we nieuwe netwerken voor de ophaling van pakjes en voor distributie of de automatische afhaling door de ontvangende klanten.
Een ontwikkeling die op de voorgrond mag worden geplaatst, is dat het verschil tussen de markt van de pakjes en de markt van de snelpostzendingen kleiner wordt. De operatoren breiden hun productgamma op de groeiende B2C-markten en de internationale diensten uit. De “grijze zone” tussen de snelpostzendingen en de basispostpakketten neemt toe. De traditionele pakjes worden steeds vaker “snelpostzendingen” terwijl de klanten, die hun kosten willen drukken, meer belang willen hechten aan het vooraf bepaalde distributiekader dan aan de transitsnelheid.



Documenten