Draadloze telefoons
Toepassingsgebied.
In België worden de volgende types draadloze telefoons toegestaan:
Deze generatie van analoge draadloze telefoons werkt in de band 885-887MHz / 930-932MHz. “CT1+”-apparatuur mag niet meer op de markt worden gebracht voor gebruik in België na 25/12/2004. Na deze datum zullen de betrokken frequenties nog gedurende een periode van vijf jaar worden vrijgehouden voor “CT1+”-gebruik. Gedurende deze periode zal een storingsvrije werking van de “CT1+”-apparatuur zoveel mogelijk worden gegarandeerd. Vanaf 26/12/2009 kunnen andere radiosystemen in deze banden worden geïntroduceerd en kan een storingsvrije werking van de “CT1+”-apparatuur niet meer worden gegarandeerd. Het gebruik van deze apparatuur blijft wel toegelaten, op voorwaarde dat deze geen storingen veroorzaakt van andere radiosystemen.
Zie hierover het besluit van de Raad van het BIPT van 25 november 2004 betreffende het op de markt brengen en het gebruik van draadloze “CT1+”- telefoons.
Deze generatie van digitale draadloze telefoons werkt in de band 864-868 MHz. Het is de bedoeling van het BIPT om deze generatie nog een beperkte tijd toe te laten. Hier dient verwezen te worden naar de evolutie op internationaal vlak (zie ook de resultaten van de DSI faze III van de CEPT), waar beslist wordt om de band geleidelijk vrij te maken ten voordele van Short Range Devices (kortbereikapparatuur).
Het BIPT heeft nu beslist dat vanaf de datum 25/12/2004 geen CT2-apparaten meer op de markt gebracht mogen worden.
- DECT (Digital European Cordless Telephone)
Deze generatie wordt bestempeld als de Europese draadloze telefoon. De band 1880-1900 MHz blijft toegekend aan deze toepassing. Er bestaan geen plannen om deze band aan andere toepassingen toe te kennen.
| Technische specificaties en testvoorwaarden voor toestellen voor radioverbinding voor de landmobiele dienst, bedoeld voor draadloze telefoons (CT2). |
| |
|
Bijlage G1 bij het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen. |
| Technische specificaties en testvoorwaarden voor toestellen voor radioverbinding voor de landmobiele dienst, bedoeld voor draadloze telefoons (CT1+). |
| |
|
Bijlage G2 bij het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen. |
| Technische specificaties en details van het frequentieplan voor toestellen voor radioverbinding voor de landmobiele dienst, bedoeld voor draadloze telefoons (DECT). |
| |
TBR 06 |
juni 1999 |
| |
TBR 10 |
juli 1999 |
| |
TBR 22 A1 |
januari 1997 - maart 1998 |